Regen striemt mijn gezicht. Mijn medeopvarenden zijn allang naar binnen gevlucht. Maar Nederlanders smelten nou eenmaal niet van een hoosbui. Zelfs al plenst het hard en zorgt de wind ervoor dat het vallende water haast verticaal voorbijvliegt. Ik hou van de deining van het schip, van de nattigheid, van de gladheid van het dek, de schuimende koppen op de golven van de anders zo rustige Tyrreense Zee. Benedendeks mis je de geur van de vochtige lucht en het uitzicht op die donkere rots die langzaam steeds dichterbij komt, de belofte van een nieuw avontuur. Duistere contouren van een door mist overgoten eiland dat steeds meer vorm en inhoud krijgt: bossen, stranden, dorpjes. Plekken om van te dromen en te ontdekken. Gelukkig duren malse buien hier in de Toscaanse Archipel nooit lang en al gauw baadt Elba weer in gouden zonnestralen.
Of de zon scheen op deze wateren tussen Piombino op het Toscaanse vasteland en Portoferraio op Elba in mei 1814 vertelt de geschiedenis niet. Maar hij scheen waarschijnlijk niet in het hoofd van Elba’s beroemdste – of beruchtste – tijdelijke bewoner. Napoleon Bonaparte mocht zich weliswaar de nieuwe heerser van het eiland noemen, inclusief een persoonlijke garde van vierhonderd man, maar het was een fikse degradatie voor de verslagen Franse keizer.
Desondanks zette Napoleon de ongetwijfeld wraakzuchtige donderwolken in zijn hoofd om in daadkracht. Waterleidingen, een mini-opera, het droogpompen van moerassen, een nieuw school- en wetssysteem, om maar er maar een paar te noemen. Overal zijn zijn sporen zichtbaar. Forten, bruggen en fonteinen getuigen van Napoleons dadendrang. Hij leek blij met zijn eiland in de Tyrreense Zee. Vrouwlief ging niet mee, zijn moeder woonde bij wel hem, zijn Poolse minnares eveneens, en ook een lokale dame, Sbarra geheten, zorgde voor een plezant verblijf. Bij helder weer kun je vanaf de westpunt Corsica zien liggen, zijn geboorte-eiland. ‘Vanaf nu wil ik in vrede leven,’ zei Napoleon zelf tegen Neil Campbell, de Britse officier die hem naar Elba begeleidde. Hij hield het driehonderd dagen vol.
Ik denk dat ik het langer had uitgehouden op dit eiland met turquoise baaitjes, honderdnegentig goudgele stranden en de ruige Monte Capanne, met 1019 meter de hoogste berg. Elba is ongeveer de helft groter dan Texel, dus je kunt er prima uit de voeten. Niet alleen op het land maar ook op het water.
De gele zeekajak steekt fel af tegen het helblauwe water. Onder me schiet een school visjes schichtig weg wanneer mijn peddel door het water klieft. Ik ben vanaf het strand bij Sant’ Andrea vertrokken, aan de noordzijde van het eiland. De zee is rustig en ik drijf op mijn gemakje langs de grillige kust. Rechts van me torenen granieten rotsen boven me uit, de steile hellingen her en der begroeid met jeneverbes. Afgezien van de talloze vissen herbergen deze wateren vele scheepswrakken vol nooit gevonden schatten – zo wordt gefluisterd. Maar ondanks vele zoektochten geeft de zee ze niet prijs. En daar waar ik met mijn kajak rustig aan het dobberen ben, schijnt Venus, de godin van de schoonheid en de liefde, geboren te zijn uit het schuim van de zee. Volgens een legende verloor ze zeven parels uit haar halssnoer toen zij oprees uit deze Tyrreense Zee. De parels kwamen terecht in het water en veranderden daar in kleine eilanden, beeldschoon, met een ongerepte natuur, en omgeven door kristalhelder zeewater. Uit de grootste parel ontstond Elba.
Halverwege de tocht langs de noordkust van het eiland, na een kilometer of vier, vaar ik de haven van Marciana Marina in. Ik trek mijn kajak op het strandje en wandel langs de strandboulevard van het slaperige plaatsje. Een stukje verder het land in vind je Marciana. Toen het eiland in de middeleeuwen nog regelmatig geplunderd werd door de Saracenen bouwden de bewoners van het eiland hun dorpjes op hoge kliffen. Marciana is de steilste van allemaal, een bijna verticaal dorp vol trappen en terrassen. Hoogtevrees was toentertijd nog niet uitgevonden, zo lijkt het. Terug bij de kajak, vaar ik nog een uurtje door om uiteindelijk uitgehongerd aan wal te gaan bij Spiaggia de Procchio. La Dolce Vita, het zoete leven, wordt niet beter met een perfecte lunch van pasta met kakelverse zeevruchten. Tijd om terug te gaan naar de hoofdstad.
Portoferraio is een indrukwekkende stad. Een vesting eigenlijk. Het was groothertog Cosimo de’ Medici die in 1548 opdracht gaf Forte della Stella en Forte Falcone te bouwen, nadat de stad meerdere keren in de as was gelegd door Turkse zeerovers. Fortificaties verbinden de forten. Er was geen doorkomen meer aan. ‘Ondoordringbaar,’ mompelden de Turken en bleven weg. Ook nu nog is het eiland met een half dozijn vrienden en twee kanonnen prima te verdedigen. Maar ja, waartegen?
En dus duiken we de smalle straatjes in. Waar de was buiten hangt te drogen, oude mannetjes wild tegen elkaar gebaren en de mediterrane ziel duimendik van de gekalkte huisjes druipt. We strijken neer bij Osteria Pepenero, een puik eethuisje in de kronkelige steegjes van Portoferraio.
Vind je het tof wat we doen? Help ons de inspirerendste reisverhalen ter wereld te blijven delen. Bij WideOyster geloven we in avontuur, in eerlijke verhalen, en in het vangen van de wereld zoals die écht is: rauw, puur en adembenemend mooi.
We reizen naar de uithoeken van de wereld om je te trakteren op betoverende fotografie, diepgravende reisjournalistiek en meeslepende verhalen die informeren én inspireren. Maar voor niets gaat de zon op. Het kost tijd, hartstocht en middelen om WideOyster draaiende te houden – zonder paywalls, zonder clickbait. Gewoon eerlijke, hoogwaardige reiscontent.
Waardeer je wat we doen, steun ons dan met een eenmalige bijdrage.
Klik hieronder om ons te steunen en deel uit te maken van het avontuur.
©WideOyster, 2026. Al onze avonturen zijn auteursrechtelijk beschermd. Ontdek en geniet, maar onthoud: alle rechten voorbehouden.
WideOyster Media BV
Jacobsgasthuissteeg 11
Utrecht
The Netherlands
Net zoals elke reis snacks nodig heeft, heeft onze website cookies nodig om te functioneren. Accepteer onze cookies en laat het avontuur beginnen! Lees ons Privacybeleid.