Citytrip Luik

Rauwe charme, rijke historie en bruisende cultuur

Luik is alles geweest. Buitensporig rijk, straatarm, hypermodern, machtig, vervallen, creatief, conservatief, socialistisch. Maar welke machthebber er ook over de stad regeerde, de bewoners zijn altijd zichzelf gebleven. Voorzien van de onverzettelijke drang naar vrijheid. En dat voel je. Zeker nu er in Luik een frisse wind waait.

Tekst & Fotografie Hans Avontuur

Magazine › Wallonië Special 2025

Louis Waelkens is een nieuwe Liégeois. Enkele jaren geleden naar de stad gekomen voor de liefde. ‘Maar ik ben ook van Luik zelf gaan houden,’ aldus Louis, die een nieuw gidsje over de stad schreef. ‘Dat ging niet vanzelf, want voor Luik moet je een beetje je best doen. En dat is de stad dubbel en dwars waard. Als je de schoonheid eenmaal gaat zien, ben je voorgoed verkocht.’

We zitten op het terras van Constantin Café, een hip koffiehuis aan de voet van de heuvel die naar de citadel leidt. ‘Vijf jaar geleden vond je in de binnenstad misschien één adres met serieus goede koffie,’ vervolgt Louis. ‘Nu zijn dat er zes of zeven. Het geeft aan dat het bruist en borrelt. Zonder dat dit al te veel ten koste gaat van de authentieke sfeer, zoals in veel andere steden gebeurt. In Luik wordt nog gewoon geleefd. Mede door betaalbare woonruimte.’

Het past bij het weerbarstige karakter van de stad. Leuk dat er bezoekers komen, maar verder gaan de bewoners gewoon verder met hun leven. Er zijn bakkers, slagers en kruideniers met specialiteiten. En een populaire friteszaak als Saperlipopette à la patate is geen TikTokhype, maar een plek waar ook de buurtbewoner een puntzak komt halen, met mayonaise tot op de bodem.


Een populaire friteszaak als Saperlipopette à la patate is geen TikTokhype, maar een plek waar ook de buurtbewoner een puntzak komt halen


Luik is voor de zoveelste keer in zijn bestaan aan een wederopstanding bezig. De Vikingen, Bourgondiërs, Fransen, Oostenrijkers, Duitsers – ze hebben de stad allemaal kapotgemaakt. Maar telkens stond Luik weer op. Beter, mooier, sterker. De laatste keer kwam de klap echter niet van een veroveraar, maar van de economie. Kolen en staal hadden in de negentiende en eerste helft van de twintigste eeuw voor werk en welvaart gezorgd. Tot de hele boel in de tweede helft van de twintigste eeuw in elkaar stortte. Hoewel de klap deze keer lang aanhield, rechtte Luik naar goed gebruik de rug. Met horten en stoten. Eigenlijk zit de stad nog midden in die herrijzenis. Als bezoeker weet je na een paar dagen dat dit opnieuw gaat lukken. Kijk naar het kunstwerk van een station dat door sterachitect Calatrava is neergezet. Aanvankelijk wisten ze in Luik niet zo goed wat ze ermee aan moesten. Te groots, te mooi, te veel landmark. Ondertussen straalt de hele wijk Guillemins. Nieuwe boulevard, nieuwe appartementen, kantoren, hotels, restaurants en sinds kort een moderne tram die de stad met de buitenwijken verbindt.

13_ Rue Pierreuse, klimmen naar de citadel
Grensgeval

Ik neem de tram naar het centrum. Het is gaan regenen. Schuilen in koffiebar Utamu. De ramen zijn beslagen. Er staat een DJ en er wordt gedanst. Het is 10.30 uur ’s ochtends. ‘De eigenaar heeft ons hiervoor gevraagd,’ vertelt muzikant Mosinga met roots in Congo. ‘Muziek leeft in de stad, door allerlei culturen heen. We werken samen, verzorgen optredens en er zijn sociale projecten voor mensen die het lastig hebben.’

Het is een verrassing zoals ik die in Luik nog meer zal tegenkomen. Onverwacht en open. ‘Typisch voor deze stad ook,’ had Louis al gezegd. ‘Het is heel gewoon dat je ergens gaat eten of drinken en dat je binnen tien minuten met wildvreemden in gesprek raakt. De Liégeois houden van ontmoetingen, van contact met andere mensen. Ik heb het idee dat dit in andere steden in België minder is. Het past ook bij de Franstalige cultuur.’

Luik is de noordelijkst gelegen stad waar Frans wordt gesproken en ligt op de grens van de Latijnse en Germaanse cultuur. Vandaar dat het voor bezoekers uit het noorden meteen zo ‘buitenlands’ aanvoelt. Alles is een beetje anders. Niet alleen de taal maar ook de huizen, straten, pleinen, winkels, muziek én het ritme…


Nog niet zo lang geleden was Luik grauw en donker. De gevels waren geblakerd door industrie

Nog niet zo lang geleden was Luik grauw en donker. De gevels waren geblakerd door industrie en het internationale verkeer dat dwars door het centrum moest. Nu is er een rondweg. En hebben we de tram die het lokale verkeer tempert. De façade van de stad lijkt erom te kunnen glimlachen. Zodra het droog is beklim ik de citadel. Niet over de beroemde steile trap van de Montagne de Bueren – die bewaar ik voor de afdaling – maar via een stadsboerderij van Favechamps, die letterlijk tegen de bebouwing aan ligt. Het gaat er geleidelijker omhoog door de vroeger anarchistische Rue Pierreuse. Daarna langs moestuinen, bloemen en een weiland vol bomen en koeien. Eenmaal boven is er uitzicht over de stad.

Afdalen doe ik wel via de 374 treden van de trap, tussen 1875 en 1880 aangelegd zodat de soldaten van de citadel snel in de stad konden zijn. De klim is mogelijk net zo beroemd als de Boulet à la Liégeoise – de gehaktbal. Ze komen altijd per twee op een bord. En als het goed is gaan ze vergezeld van de sauce lapin met rozijnen, pruimen en stroop. Ik bestel een bord. Niet bij een van de klassieke restaurants, maar bij een eigentijdse variant: Brasserie C, aan de voet van de trappen. Een biertje van de gelijknamige brouwerij erbij. Klaar. Veel mooier wordt een lunch in Luik niet.

41_ Centrum, zangcafé Au Jardin des Olivettes
Vrijheid in het DNA

Zoals Louis Waelkens aan de koffie al zei: Luik is een stad die je langzaam moet veroveren. Hoe langer ik in de stad ben, hoe duidelijker die boodschap wordt. Het is rommelig, chaotisch, plots wonderschoon, vervolgens smoezelig, supergezellig en verrassend. Er is geen moment waarop je rustig achterover kunt leunen en zeggen dat je de stad begrijpt. Zo ben ik amper bekomen van de verfijnde religieuze kunst in het Grand Curtius – wat een houtsnijwerk! – of ik sta in de deuropening van een café chantant te luisteren naar een volkszanger die voor een bijna lege zaal een tranentrekker van jewelste staat te zingen. Of neem de wand van appartementengebouwen aan de Maas. Een muur van voorspelbaarheid. Tot er plots een negentiende-eeuws geveltje tussen staat. Nog een voorbeeld? Cité Miroir of Les Bains de la Sauvenière, zoals het zwembad uit 1938 heette. Het gebouw van gewapend beton was destijds revolutionair. Wel een beetje erg groot voor het buurtje waar hij staat. Ooit werd gezwommen in twee baden. Nu kun je er terecht voor events en tentoonstellingen in een onvoorstelbaar fraai decor van originele betonnen bogen, glanzende tegels en roestvrijstalen trapjes.

In verschillende musea zoals het Grand Curtius en het Museum van het Waalse Leven leer ik dat Luik acht eeuwen lang vrij was: van 980 tot 1792. Min of meer. Soms was het prinsbisdom sterk genoeg van zichzelf. Even vaak moest het laveren tussen de politieke belangen van de buren. Omdat alle strijdende partijen behoefte hadden aan neutraal terrein was Luik eeuwenlang het Zwitserland van het noorden. En een voorbeeld. Er was een zekere vorm van democratie en het prinsbisdom was tweetalig met steden als Dinant, Huy, Hasselt en Borgloon. Eind achttiende eeuw kwam daar definitief een einde aan met de Franse revolutionaire troepen die de stad veroverden.

Zoals Louis Waelkens al zei: Luik is een stad die je langzaam moet veroveren

Ik steek de Maas over naar Outremeuse, het oude hart van Luik. Dwalend door de straten passeer ik theehuizen zonder naam, volkse cafés, herinneringen aan de tijd dat schrijver Georges Simenon hier opgroeide. In veel van zijn romans en novelles over commissaris Maigret speelt Luik een rol. De middeleeuwse Rue Roture was destijds een armoedige steeg, anno nu zijn er tal van leuke restaurants en cafés te vinden zoals Café Brasil, Rotur’s Café en het hippe Tribe met dakterras.

De Navette Fluviale brengt me terug naar het zuiden. Ik zoek een plekje achterop en bekijk Luik vanaf het water. Het ziet er plots weer heel anders uit. De wind waait over het dek, uitzicht op alles dat mooi en lelijk is. Een oude man die op een pier staat te vissen zwaait vriendelijk, terwijl we waarschijnlijk zijn kansen op een goede vangst verpesten. Van boord nabij het zuidelijkste puntje van Outremeuse: La Boverie. Het park met paviljoen werd aangelegd voor de Wereldtentoonstelling van 1905 waarin Luik de wereld liet zien hoe goed en vooruitstrevend de stad was. Met dank aan kolen en staal.

Het paviljoen is tegenwoordig een museum. En wat voor een. Zonder de lange rijen van topmusea in Parijs, Madrid of Londen, kan ik in alle rust kijken naar werken van Picasso, Van Dongen, Delvaux, Chagall, Magritte, Appel en Monet. Zoals zo vaak doe ik in het museum een – voor mij – nieuwe ontdekking: Femme au Corset rouge van de Luikse schilder Adrien de Witte (1850–1935). Het is een alledaags tafereel van een vrouw die zich aan- of uitkleedt. Bevroren in de tijd.

Eenmaal buiten wandel ik naar de loopbrug die de Maas overspant. Aan het eind verschijnen de contouren van het treinstation van Santiago Calatrava weer. Bij de opening in 2009 voelde het als een ruimtestation dat per vergissing in Luik was geland. Ondertussen wordt het omarmd en is de Liégeois er stiekem een beetje trots op. Hoewel hij of zij dat niet gemakkelijk zal zeggen. Niks is immers groter dan de stad zelf.

Op naar Luik!

Wil jij Luik ook bezoeken? Uitstekende keuze: deze levendige Belgische stad zit boordevol charme, geschiedenis en smaak. Of je nu op zoek bent naar prachtige architectuur, bruisende markten, wandelingen langs de rivier, of de beste plekken voor een romige koffie of een fris lokaal biertje, je vindt hier genoeg inspiratie.

Klik op onderstaande link voor meer informatie over must-see hoogtepunten, gezellige verblijfplaatsen, lekker eten en drinken, aankomende evenementen, dagtochten in de omgeving en een downloadbare stadsgids.

STEUN ONZE VERHALEN

Vind je het tof wat we doen? Help ons de inspirerendste reisverhalen ter wereld te blijven delen. Bij WideOyster geloven we in avontuur, in eerlijke verhalen, en in het vangen van de wereld zoals die écht is: rauw, puur en adembenemend mooi.

We reizen naar de uithoeken van de wereld om je te trakteren op betoverende fotografie, diepgravende reisjournalistiek en meeslepende verhalen die informeren én inspireren. Maar voor niets gaat de zon op. Het kost tijd, hartstocht en middelen om WideOyster draaiende te houden – zonder paywalls, zonder clickbait. Gewoon eerlijke, hoogwaardige reiscontent.

Waardeer je wat we doen, steun ons dan met een eenmalige bijdrage.
Klik hieronder om ons te steunen en deel uit te maken van het avontuur.

OVER DE AUTEUR / FOTOGRAAF

Als freelance reisschrijver, fotograaf (officieel ambassadeur van Fujifilm) en WideOyster's editor-at-large levert Hans Avontuur bijdragen aan National Geographic Traveler, Wintersport Magazine, Moto73 en Méditerranée. Hans heeft een opmerkelijk talent om originele en boeiende invalshoeken voor verhalen te ontdekken en is een ware virtuoos in de kunst van het verhalen vertellen. Hij laat zich inspireren door de verhalen van iconische pioniers als Somerset Maugham, Lord Byron en Rudyard Kipling.

De mooiste dorpen van Wallonië

Stenen, charme en stilte in het groene hart van België

Slow in de Condroz

Waar het landschap ademt en de tijd zacht voortkabbelt

Mini-safari Wallonië

Het Grote Woud van Saint-Hubert

Unesco-fietsroute

Bikepacking van Charleroi naar Durbuy

Citytrip Mons

Kunst, cultuur en kolen

Paradijs zonder pretenties

Tussen de Franse grens en Charleroi

Net zoals elke reis snacks nodig heeft, heeft onze website cookies nodig om te functioneren. Accepteer onze cookies en laat het avontuur beginnen! Lees ons Privacybeleid.