Het is 4 oktober en Telegraph Cove viert zijn seizoensafsluiting. Alle overgebleven drank en eten wordt op het personeelsfeest opgemaakt. Wij kiezen eieren voor ons geld en gaan op zoek naar een rustige campsite. Volgens de Backroad Mapbook is dat Ida Lake. Blijkbaar is het een gewilde spot bij kajakkers want we pakken het laatste beschikbare plekje. De late middagzon schijnt warm over het meer en Merel, niet bang van een beetje koud water, neemt een frisse duik. De volgende ochtend voert het natuurtheater een fantastische balletvoorstelling van mistflarden op. Ademloos kijken we naar de dansende nevels met een mok koffie in de hand.. Een mooi begin van een lange dag rijden naar Ucluelet aan de westkant van het eiland.
Een highlight voor velen maar een culture shock voor ons: Ucluelet en Tofino blijken zelfs in oktober afgeladen te zijn met campers… jeweetwel, die grote tien meter bakken. Na een lange dag rijden zijn we moe dus pakken we de eerste de beste campsite aan de baai in Ucluelet. Dat blijkt ook meteen de duurste camping op de hele reis te zijn maar het maakt ons niet uit. We moeten rusten, de WC tank leegmaken, watertank vullen en stroom opladen zodat we er weer 3 dagen tegenaan kunnen in de wilde natuur. Backroad Mapbook is inmiddels onze bijbel geworden en Merel opent boek het voor spiritueel advies. “Daar wil ik heen!” zegt ze en wijst op Secret Beach. De campsite ligt echt tussen niks en nergens voorbij een indianenreservaat. Ik schat in dat we het wel in 2 uur over onverharde wegen kunnen bereiken.
Even baal ik dat ik geen gebruik heb gemaakt van de betaalde GPS kaarten die je als extra bij je Backroad Mapbook kunt bestellen. Ik rij op een gedownloade Google kaart en net als we op een T-splitsing in het bos staan gooit Google de handdoek in de ring. Nu is de keuze aan ons. Onder het motto: Geen beslissing is de slechtste beslissing kijk ik Merel aan: “Gokje wagen? Ik zeg links…” Na vijf kilometer wordt de weg steeds smaller en omkeren is ook niet meer mogelijk. Waar gaat dit heen?
We kijken een beetje verdwaasd rond en dan is daar die ene tegenligger. “Secret Beach? Dan ga je helemaal de verkeerde kant op. Volg mij maar!” roept de bebaarde redneck in houthakkers shirt met dito vrouw. Eenmaal op het juiste pad kan het niet meer missen…. Secret Beach Campsite is een feit.
Als we het terrein oprijden ziet Merel als eerste de zwarte beer… “Oh en daar nog een!?” zegt ze vertwijfeld. De campsite is groter dan we dachten en er is zelfs een ‘campingbaas’ die tussen neus en lippen verteld dat er ook nog een beer nummer drie is. “Maar wees niet bang ze hebben geen interesse in mensen…. Tot nu toe.” We zijn dus in berenland vannacht en mogen absoluutgeen eten laten rondslingeren. Onze plek ligt direct aan het water met uitzicht op de Broken Islands. Merel loopt pootjebadend het water in en stapt op iets scherps. “Krijg nou wat! Oesters… Honderden!” In 10 minuten hebben we een dozijn zeevruchten bij elkaar gescharreld. Alsof ze het al wist, had Merel ook al een fles witte wijn in onze koelkast gelegd. Dat is nou mijn vrouw! De oesters smaken zilt en zacht met een bite die onder begeleiding van een blanc de blancs uit de Okanagan Valley met een palet aan wild frisse citrustonen naar het volgende station afzakken. De Leven!
Afgelopen nacht was het wild beer en meester in het bos. De schrik was groot toen de camper hevig heen en weer schudde doordat er een beer op de trap naar buiten stond… of naar binnen, afhankelijk van je perspectief. Hij schrok net zo hard van ons gegil en gebons als wij van hem. Nu kunnen we erom lachen.
Merel bakt eieren met spek voor het ontbijt en heeft de afzuiger aangezet. Ondertussen zet ik buiten de tafel op voor het ontbijt. En we zouden er inmiddels al gewend aan moeten zijn, maar het , is toch weer een verrassing als ik ineens een grote zwarte neus uit de varens zie steken. Ik sluip de trap op en wenk Merel. De beer heeft ons niet in de gaten en loopt zijn neus achterna… Richting de camper. Ik sta te filmen en Merel staat klaar met de bearspray. Haar maak je de pis niet meer lauw. De beer heeft het doemscenario ook in de gaten en kiest het hazenpad. “Zullen we die afzuigkap voortaan uit laten schat?” Tijd voor het ontbijt.
Dilemma: we hebben nog twee dagen om bij de veerboot te komen. Gaan we terug de snelweg op of gaan we cross country met het risico dat we onze terugvlucht missen? Wederom kunnen de Backroad Mapbook en Google Maps niet samen door één deur, dus hakken we zelf de knoop door: we zien wel. Het doel is in ieder geval de ultieme laatste wildernis campsite vinden.
Bij de uitgang zwaaien we een zwarte beer gedag. Ze gaat op haar achterpoten staan en even verwacht ik dat ze terug gaat zwaaien. Bij Sproat Lake proberen we de zuidelijke route te vinden naar een campsite maar de weg wordt steeds steiler en smaller. Uiteindelijk kijken we elkaar aan: Terug! Ik rij bijna een kilometer achteruit voordat we met veel steken kunnen keren.
Plan B: 2 uur rijden naar China Creek Campground voorbij Port Alberni. Bij aankomst blijkt China Creek vandaag te sluiten en nu moeten we dus de cruciale beslissing nemen. Gaan we door of terug? Ik kijk nog één keer op de kaart en zie halverwege in het groen een campsite… weer twee uur verder. Laatste kans, dus we gaan door!
Zo diep zijn we nog niet in het regenwoud doorgedrongen. Het begint steeds harder te regenen en ik ben blij met de vierwielaandrijving waardoor we goed op de weg liggen. De modderweg zit vol met water gevulde gaten en al snelis de camper niet rood meer. Vanaf de brug over de Nitinat rivier zijn we getuige van de zalmtrek. Onder ons trekken honderden zalmen naar hun paaigronden en verderop staat een moederbeer met haar twee jongen te vissen. De beren teller van vandaag staat inmiddels op negen. “Campsite Closed October 1st” staat er groot op het bord langs de weg. We rijden door en komen in een indianenreservaat terecht. Als de kans op een mooie campsite bij het bord al ver te zoeken was, is het bij de aanblik van het reservaat al helemaal vervlogen. Wat een troosteloze bende. “Maar we moeten toch ergens slapen?”, zegt Merel. “Laten we in ieder geval gaan kijken.” Even later rijden we door een magisch groen regenwoud inclusief enorme woudreuzen. “Ja! Het hek is open” We zijn in alle staten, Nitinat Lake campground zou weleens de mooiste kampeerplek van deze reis kunnen zijn en we hebben het helemaal voor onszelf. Paradise Found!
Vind je het tof wat we doen? Help ons de inspirerendste reisverhalen ter wereld te blijven delen. Bij WideOyster geloven we in avontuur, in eerlijke verhalen, en in het vangen van de wereld zoals die écht is: rauw, puur en adembenemend mooi.
We reizen naar de uithoeken van de wereld om je te trakteren op betoverende fotografie, diepgravende reisjournalistiek en meeslepende verhalen die informeren én inspireren. Maar voor niets gaat de zon op. Het kost tijd, hartstocht en middelen om WideOyster draaiende te houden – zonder paywalls, zonder clickbait. Gewoon eerlijke, hoogwaardige reiscontent.
Waardeer je wat we doen, steun ons dan met een eenmalige bijdrage.
Klik hieronder om ons te steunen en deel uit te maken van het avontuur.
©WideOyster, 2026. Al onze avonturen zijn auteursrechtelijk beschermd. Ontdek en geniet, maar onthoud: alle rechten voorbehouden.
WideOyster Media BV
Jacobsgasthuissteeg 11
Utrecht
The Netherlands
Net zoals elke reis snacks nodig heeft, heeft onze website cookies nodig om te functioneren. Accepteer onze cookies en laat het avontuur beginnen! Lees ons Privacybeleid.