Prairies & Rockies

Een roadtrip door het westen van Canada

Het valt niet mee om in 14 dagen de Rocky Mountains van Canada te zien. Er is zoveel te beleven, dat je er misschien wel een jaar voor nodig hebt. WideOyster zocht naar de mooiste stekjes en de leukste activiteiten. In twee weken reden we met een camper 1500 kilometer, van de prairie door de Rockies en terug.

TEKST: Frits Meyst

FOTOGRAFIE: Frits Meyst

Magazine Het wilde westen van Canada

Na een comfortabele Air Transat-vlucht en een hotelovernachting staan John en ik al om 9 uur bij de camperverhuurder in Calgary. Hier wisselen we de voucher in tegen een enorme camper en krijgen we een korte, maar intensieve briefing over het functioneren van ons 8 meter lange huis op wielen. Wat we vergeten kan later bij het kampvuur in het handboek worden nagelezen. Tijd om ons op het avontuur te storten. En dat begint al dichtbij.

Stof happen bij de Calgary Stampede.

Het is de eerste week van juli en dat betekent het startsignaal voor de Calgary Stampede. Van heinde en ver komen de cowboys en cowgirls op de grootste rodeo ter wereld af. Tijdens de tien dagen durende rodeo loopt iedereen, van dokters en advocaten tot gemeentewerkers, gekleed in laarzen, spijkerbroek en cowboyhoed. De stoere rijders, met hun fladderende ‘chaps’ (slangenvangers), strijden om de titel in verschillende categorieën. Ze moeten proberen zo lang mogelijk op een paard of stier te blijven zitten, of zo snel mogelijk vanaf een paard een rennend kalf met de lasso te vangen en vast te binden.

Onder luid gejuich maakt een cowboy zijn spetterende entree op een steigerend paard. De ‘bronco’ zoals een ‘unbroke’, niet getemd paard wordt genoemd, maakt de raarste bokkensprongen om van zijn passagier af te komen. En het lukt hem. Met een sierlijke boog vliegt zijn rijder door de lucht en land in het stof. Hij raapt zichzelf op, pakt zijn hoed en verlaat onder applaus de arena. Het ziet er allemaal heel spectaculair en agressief uit. Toch blijkt uit een toelichting door de presentator dat het allemaal nog niet zo erg is. Elk paard maakt tijdens de hele week maar 2 ritjes en de rest van de tijd staan ze in de wei achter het podium, tenslotte is elk getemd paard door deze routine gegaan. De rodeo zit hier diep geworteld in de cultuur. Yeeeehaaaaw!!!

Over One Gun Trail naar John Drunken Chief

We rijden over de prairie van Alberta naar het oosten. Links en rechts van de Trans Canada Highway raken de golvende graanvelden de strakblauwe hemel. Hier wonen dus al die Nederlandse boeren. De exodus die na de oorlog begon is sinds elfstedentochtwinnaar Evert van Benthem nog niet is opgedroogd. Boerderijen worden schaarser en bij Cluny verlaten we de grote weg. Ik stuur de camper over de ‘One Gun Trail’ in het Siksika ‘First Nations’-reservaat, naar het Blackfoot Crossing Historical Park. De grond waar we op rijden was het strijdtoneel voor de vele veldslagen tussen de Blackfoot-indianen, die in Canada ‘First Nations’ worden genoemd. Het was hier dat Chief Crowfoot vrede sloot met de Britse kolonisten. We bezoeken zijn graf op een heuvel met uitzicht over het hele land. Grafstenen met kleurrijke namen als Running Rabbit, Iron Shield, Yellow Horse, Bad Head, Not Useful and John Drunken Chief zijn bedekt met goederen die de doden op hun reis begeleiden. Zo ligt er een kindergraf onder de speelgoedberen. Even verderop ligt een honkbalhandschoen met een kaartspel en een fles Jack Daniels. Iemand anders heeft zelfs een bizonschedel en cowboylaarzen bij zich. De zon staat al laag aan de hemel als we het museum uitkomen en richting de bergen aan de horizon rijden



Grafstenen met namen als Running Rabbit, Yellow Horse, Not Useful and John Drunken Chief
Head-Smashed-in-Buffalo-Jump

Wegen in Canada gaan oost-west of noord-zuid. Wij volgen de noord-zuidlijn naar Fort MacLeod. Het stadje heeft nog een echte historische ‘Main Street’ waar de winkels en huizen van de eerste Europese allochtonen nog steeds overeind staan. We wanen ons op de set van een John Wayne-film waarbij de bad guys in dit geval uit de motorclub om de hoek komen. De straten zijn uitgestorven, op een enkele cowboy na. Fort MacLeod was ook een basis voor de ‘North-West Mounted Police’, sinds 1867 de sterke arm der wet in de regio. Tegenwoordig kan men in het fort van houten palissades verschillende tentoonstellingen en NWMP-paardendemonstraties zien.



‘Head-Smashed-in-Buffalo-Jump. Daar wil ik alleen al om de naam naartoe’


“Head-Smashed-in-Buffalo-Jump. Daar wil ik alleen al om de naam naartoe.”, zegt John wijzend op de kaart. Het ligt op de route en hoe kun je niet zo’n tot de verbeelding sprekende plaats aandoen. Het blijkt om een klif te gaan waar de Blackfoot-indianen indertijd duizenden buffels over de kling joegen. Deze jachtmethode werd, mede door de blanken, zo populair dat de buffels er in de regio bijna door uitstierven. Op de plaats zelf is behalve de klif niets meer te zien. Wel is het uitgeroepen tot UNESCO-werelderfgoed en is er een zeer indrukwekkend museum op de ‘plaats delict’.

Giddy-up & Go

Wie in het Wilde Westen komt moet ook op een paard gezeten hebben. Het was toch even een verrassing toen rancher Dan Nelson meteen met twee paarden aan kwam zetten. We dachten dat we eerst nog lekker een nachtje in de camper konden slapen voordat we ons op het avontuur zouden storten. Temeer omdat John nog nooit had paardgereden. Maar al gauw bleek dat de paarden het geen probleem vonden om met ‘greenhorns’, onervaren cowboys, op hun rug te lopen. In het kamp schoven we aan bij een groepje Canadezen die er al een dag op hadden zitten. En zij zagen er nog fris uit.

Het is 7 uur ’s ochtends, onze biologische wekker staat nog op Nederlandse tijd en we zijn dan ook de eerste die wakker zijn. Nou ja, behalve Dan en zijn 18-jarige collega-koeiendrijver Callin. Dan staat het ontbijt te maken, terwijl Calin hout hakt voor de ‘hot tub’. Deze cederhouten wastobbe voor 6 personen, met een houtkachel erin geplaatst, moet elke ochtend opgestookt worden om ‘s middags op temperatuur te zijn voor de vermoeide en stoffige gasten.

Na een ontbijt van spek en bonen met eieren, steak en gebakken aardappels, zoeken we de paarden op. Iedereen pakt zijn eigen zadel en tuig en met behulp van Callin ben ik binnen de kortste keren opgezadeld met Coco: een kastanje kleurige schoonheid. John zit op zijn zwart-witte Shawnee. Met Dan voorop volgt de rest van de paarden vanzelf. John probeert nieuwe technieken uit en wordt bijna gelanceerd. Toch maar weer lekker met de groep meedoen. De rollende heuvels openen telkens weer een nieuw panorama. Achter ons zindert de prairie, voor ons liggen de scherpe randen van de Rocky Mountains en het Waterton National Park. We lopen langs de grens met Montana. “Die steken we tegenwoordig niet zo snel meer over al onze koeien per ongeluk naar de overkant zijn gegaan.”, vertelt Dan. “Als de Amerikaanse grenspolitie je pakt, dan eindig je in de bak en wordt je vee in beslag genomen”.

De Nelson Ranch is in 1898 door zijn grootvader gebouwd en uitgegroeid tot 2000 hectare waarop 200 koeien rondlopen. Zoals met zoveel anderen in de agrarische branche werd het in de jaren ‘80 steeds moeilijker om te overleven en dus begonnen Dan en zijn vrouw Terri met de ‘Trail Rides’. Dit werd zo’n succes dat ze nu 50 paarden hebben en meerdaagse tochten aanbieden, van beginnersniveau tot voor zeer ervaren rijder. De laatsten kunnen zelfs meedoen met de round-up. Het verzamelen van het loslopende vee, dat veel kunde vergt van paard en rijder, die soms met hoge snelheden tussen de bomen door moeten manoeuvreren om bij het vee te blijven.

De lunchpauze brengen we door in het groene gras langs een riviertje. Callin ligt languit op zijn paard. Hij is tenslotte niet voor niets Highschool Rodeo-kampioen geworden toen hij 17 jaar oud was. Na de lunch wordt het menens. Wie wil -en kan-, mag galopperend de berg op. De meesten stuiven weg als Zorro. Dan blijft bij ons tweetjes en loodst ons met toch een behoorlijk gangetje de berg op. Gaandeweg krijg ik steeds meer vertrouwen in mijn Coco en andersom waarschijnlijk ook. We voelen elkaar aan. John weet zelfs even in galop te komen, maar het ziet er toch anders uit dan bij onze reisgenoten.



Callin grijpt het kalf, legt hem op zijn rug en bindt zijn poten. Ik heb de tijd niet bijgehouden maar deze demo zou op een echte rodeo niet misstaan


“Hé Dan! Laat ons eens zien hoe je een kalf vangt!”, vraag ik, in de hoop een mooie plaat te kunnen schieten. Dan stuurt Callin, die zich nog moet bewijzen.. Met zijn lasso in de rechterhand stuift de jonge cowboy de heuvel op. Uit het zadel en met zijn hoofd bijna naast die van zijn paard slingert hij de lasso in één worp over de kop van het kalf. Op dat moment is hij al half van zijn paard gesprongen dat meteen stilstaat en de lasso dicht trekt. Callin grijpt het kalf, legt hem op zijn rug en bindt zijn poten. Ik heb de tijd niet bijgehouden, maar deze demo zou op een echte rodeo niet misstaan. In het gouden avondlicht draven we de berg af naar ons kamp. Zes man en vrouw lopen even later met O-benen direct richting de hot tub. Het warme water doet wonderen voor de spieren, zodat we, eenmaal terug bij de camper, diep in dromenland verdwalen.
De volgende ochtend vervolgen we onze route over de golvende weg naar Waterton Lakes National Park. Een groepje bizons kijkt ongeïnteresseerd als we passeren. Het zijn de laatste 30 bizons die het park rijk is, lezen we later. Al die duizenden beesten zijn door de komst van de Europeanen uitgeroeid.
Herten en Beren in Waterton

Bij Waterton botst de eindeloze prairie eindelijk op de Rockies. Aan beide zijden van het meer schieten de rotswanden loodrecht omhoog. Op het vlakke stuk aan het water is het charmante stadje gebouwd. Tussen het groen staan liefelijke huisjes uit het begin van de vorige eeuw. Kunstenaars en natuurliefhebbers zijn hier door de jaren heen neergestreken. Tegenwoordig is het toerisme hier goed op gang gekomen, maar het heeft in tegenstelling tot Banff zijn charme niet verloren. Tussen alle toeristen struinen herten over straat alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
Maar dan: file! Midden in de natuur! Campers en auto’s staan slordig geparkeerd langs de weg, terwijl een menigte naar het bos staat te staren. Ongeluk? Nee, zwarte beren! Moeder beer is lekker bessen aan het eten met haar twee jongen. Ze zijn blijkbaar niet erg verstoord door de toeschouwers, want ze gaan vrolijk door. Toch staan de veelal onervaren toeristen veel te dichtbij. Moederberen kunnen zeer agressief zijn als ze hun jongen willen beschermen en ze zijn nu tot een kleine twintig meter genaderd, maar het levert wel mooie plaatjes op. De jongen zijn speels en boksen voor het oog van de camera’s. Moeder heeft er genoeg van en steekt de straat over. De menigte staat nu letterlijk tussen haar en de jongen, potentieel zeer gevaarlijk, maar de mensen hebben geen benul. Kinderen rennen heen en weer en de berenjongen naderen nu ook. Het is uiteindelijk aan de kalmte van de moederbeer te danken dat er geen slachtoffers vallen. Bij beren hoor je afstand te houden en je rustig te gedragen. Ga vooral niet rennen, want dat kunnen zij veel beter. Het is de eerste keer dat John beren ziet en hij is behoorlijk onder de indruk van de show die ze weggaven. Dit is het echte wilde Canada.

Na Waterton steken we met de camper de Rockies over. De Crowsnest Pass is ‘The Great Divide’, ofwel de waterscheiding tussen oost en west. De regen die in British Columbia valt zal naar de Grote Oceaan vloeien, de regen aan de kant van Alberta komt uit in de Atlantische Oceaan, duizenden kilometers verderop.

De weg voert, na de eenzame eeuwenoude Burmis Tree, langs het plaatsje Frank, dat in 1903 volledig van de kaart geveegd werd door een instortende berg. Op de plaats-delict ligt nu nog een puinhelling en een museum met foto’s en informatie over het mijnwerkersdorp.
We overnachten in Coleman, een plaats die vooral bekend werd om zijn steenkoolmijnen, getuige ook ’s wereld grootste truck even verderop op de pas. Op het eerste gezicht maakt Coleman geen grote indruk. Toch zijn er een paar leuke eet-adresjes voor ‘road food’.

Terug in de tijd in Fort Steele

Op de Kootenay Highway passeren we Fort Steele, een oude nederzetting die tegenwoordig is getransformeerd tot ‘heritage village’. In Noord-Amerika moet ik dan altijd denken aan een soort ‘Disneyland’-attractie, maar dit is anders. Alle huizen hier zijn origineel, ze ruiken zelfs naar het huis van mijn oma. Ingericht in de verschillende stijlen van boers tot high-society. Voorzien van demonstraties van zadelmakers en smeden is dit een verrassend interessante stop op weg naar Radium Hot Springs. Na een bad in deze thermale bronnen trekken we de bergschoenen aan voor een wandeling naar het mooiste meertje van de Kootenays.

Kootenay National Park, British Columbia.

Het eerste deel van de Rockwall Trail voert door een verbrand bos. We lopen door een woud van zwartgeblakerde boomstammen, een surrealistisch decor van dood hout met een weelderige ondergroei van jonge struiken. Grootbladige planten hangen hier en daar tot heuphoogte over het pad. Regen en natte bladeren doorweken ons tot op de bilnaad. Na een lange klim komt Floe Lake Campsite in zicht, een van de fotogeniekste bergmeren van de Rocky Mountains. We zijn bijna zevenhonderd meter gestegen en de wolken hangen net boven het meer. De dag loopt ten einde en we moeten terug naar de camper, maar ik heb mijn beeld nog niet. Maar dan zijn de weergoden ons toch nog goedgezind. Een oranjerode gloed glijdt langzaam de bergwand af en kruipt in zijn spiegelbeeld weer omhoog tot beide in een perfecte synchronie samenkomen in het midden van mijn zoeker. Het meer is spiegelglad en het warme avondlicht betovert Floe Lake. Een kampeerder komt uit zijn druipnatte tent en vertelt me dat de zonsopgang zelfs nog spectaculairder is. Daar wachten we niet meer op, we hebben nog 2 uur af te dalen voor het vallen van de nacht.



Met een gerichte, zij het enigszins beverige, straal cayennepeper uit mijn spuitbus jaag ik de zwarte beer met een noodgang het bos weer in


De volgende ochtend moeten we kiezen. We kunnen naar het noorden richting de grootste publiekstrekkers van de Rocky Mountains: Banff en dan via de Icefields Parkway langs de grootste gletsjers van de Rockies naar Jasper National Park. Daarna zouden we terug kunnen gaan via de stad Edmonton, maar dan zijn we met onze beperkte tijd meer aan het rijden dan genieten. We kiezen ervoor om de laatste dagen door te brengen in de Kananaskis.

Kananaskis Country

Meerdere keren hebben we al beren gezien en ik had net besloten om ze niet meer te noemen in het verhaal. Maar helaas, het goede voornemen wordt snel gebroken als ik direct na aankomst tijdens een ommetje rond Mount Kidd RV-Park meteen mijn berenspray moet gebruiken. Een zwarte beer komt op het pad veel te dicht in mijn comfort zone en ik nog dichter op de zijne. Met een gerichte, zij het enigszins beverige, straal cayennepeper uit mijn spuitbus jaag ik het zware zwarte beest met een noodgang het bos weer in. De berenspray wordt daarmee meteen het startschot voor een paar dagen biken, hiken en kanoën, met als klapstuk een rafting-tocht op de Kananaskis River.

 

De Kananaskis wordt ook wel de achtertuin van Calgary genoemd. De grote stad aan de rand van de Canadese Rocky Mountains werd ooit uitgekozen als meest leefbare stad ter wereld en de nabijheid van deze enorme speeltuin voor volwassenen heeft daar zeker toe bijgedragen. De scherpe bergkammen vormen de afbakening voor wijde groene keteldalen vol dennenwouden die doorkruist worden door wild stromende rivieren en beken.



Kananaskis Village, waar de wereldleiders dit millennium al eens samenkwamen voor een G-8 top


De lokale bevolking bestaat slechts uit zwarte beren en grizzlies, veel elanden, wilde zwijnen, wapiti en eekhoorns. Er schijnen zich zelfs een paar poema’s schuil te houden. Mount Kidd RV-Park ligt bij wat de kaart ‘Kananaskis Village’ noemt. Een dorp is het echter allerminst, meer een verzameling faciliteiten in het provinciale park. De postbode stopt hier zijn brieven in de postbussen bij een kleine buurtsuper, er is een golfbaan, een camper-plek, kano- en fietsenverhuur en natuurlijk is er ‘The Lodge at Kananaskis’, waar de wereldleiders dit millennium al eens samenkwamen voor de G-8 top. Terwijl de grote massa’s toeristen zich richten op Banff en Jasper Nationale Parken, blijft de Kananaskis een oase van rust.
Aan al het moois komt een eind en ook deze campertrip loopt op zijn einde. In alle vroegte blazen we de aftocht, terug naar Calgary. Langs de weg kijkt een enorme eland onze camper na en knikt. Het was goed zo.

STEUN ONZE VERHALEN

Vind je het tof wat we doen? Help ons de inspirerendste reisverhalen ter wereld te blijven delen. Bij WideOyster geloven we in avontuur, in eerlijke verhalen, en in het vangen van de wereld zoals die écht is: rauw, puur en adembenemend mooi.

We reizen naar de uithoeken van de wereld om je te trakteren op betoverende fotografie, diepgravende reisjournalistiek en meeslepende verhalen die informeren én inspireren. Maar voor niets gaat de zon op. Het kost tijd, hartstocht en middelen om WideOyster draaiende te houden – zonder paywalls, zonder clickbait. Gewoon eerlijke, hoogwaardige reiscontent.

Waardeer je wat we doen, steun ons dan met een eenmalige bijdrage.
Klik hieronder om ons te steunen en deel uit te maken van het avontuur.

Over de auteur

Als creative director van WideOyster zorgt Frits Meyst ervoor dat community-based toeristische bestemmingen visueel en inhoudelijk zo worden gepresenteerd dat ze wereldwijd aanslaan. Zijn expertise in het creëren van aansprekende beelden en het ontwikkelen van multimediaal content speelt daarin een sleutelrol.Al 25 jaar reist fotograaf Frits Meyst de wereld rond, op zoek naar onbekende culturen, afgelegen plekken en grootse avonturen.‘Ik hoop mijn lezers te inspireren om te reizen, om uit hun co...

Over de fotograaf

Al 25 jaar reist fotograaf Frits Meyst de wereld rond, op zoek naar onbekende culturen, afgelegen plekken en grootse avonturen.‘Ik hoop mijn lezers te inspireren om te reizen, om uit hun comfortzone te stappen en zich onder te dompelen in onbekende culturen,’ vertelt Frits. Zijn verhalen en foto’s verschijnen onder andere in National Geographic Traveler, Time Magazine, The New York Times, The Guardian, ANWB Reizen Magazine, Kampioen, Op Pad en WideOyster Magazine.

Vancouver in vogelvlucht

Stopover

De ziel van Edmonton

Poort naar het Noorden

Into the Wild (1)

Met een 4x4 camper over Vancouver Island

Into the Wild (2)

Met een 4x4 camper over Vancouver Island

Jos Krynen, wildlife

Fotografieportfolio

Sunshine Village, Banff

Skiën in champagnepoeder

De Yukon Quest

Canada's 1.600 kilometer lange sledehondenrace

Net zoals elke reis snacks nodig heeft, heeft onze website cookies nodig om te functioneren. Accepteer onze cookies en laat het avontuur beginnen! Lees ons Privacybeleid.