Mistig. Geen hand voor ogen. En de bergpas door het noorden van Albanië is meer gat dan weg. De terreinauto gaat op de vierkante centimeter langs afgronden en ravijnen. Ik houd mijn adem in. Het doel is Theth, een dorp waar bloedwraak nog tot diep in de twintigste eeuw een geaccepteerd gebruik was.
Theth is een verborgen plek waar de bewoners zich door niemand de wet laten voorschrijven. Nu niet en vroeger niet. Zelfs de Ottomaanse pasja, die tot 1912 de halve Balkan onder de knoet had, begreep al gauw dat deze vallei te afgelegen was om met harde hand te onderdrukken.
Het is nog altijd een arme streek. De mensen bezitten er weinig meer dan hun trots en legendarische gastvrijheid. Als bezoeker ben je meer dan welkom. Maar maak geen misbruik van de ruimhartigheid. Het komt je duur te staan.
Enkele jaren geleden bedreigde een hotelier, een nieuwkomer uit Tirana, enkele locals met een pistool. Fatale blunder. Hij is later dood teruggevonden, het hotel platgebrand. De bewoners van Theth kennen het verhaal en misschien ook de betrokkenen, maar wie navroeg komt doen krijgt geen antwoord. Hier zijn ze gewend om hun zaakjes zelf te regelen.
Daar ligt het dorp. Eindelijk. Op de bodem van een keteldal. De grillige pieken en machtige steile wanden die het dorp omsluiten degraderen de huizen tot mini-formaat. Het is precies zoals schrijver A. den Doolaard dit uitzicht in de jaren dertig van de vorige eeuw beschreef: ‘…een lachwekkende poging van de mens om de natuur het hoofd te bieden.’
Dit is waarom ik naar dit berggebied op de grens van Albanië, Montenegro en een puntje Kosovo ben gekomen. Ik houd van de Alpen, maar stoor me aan het toenemende kant-en-klaar toerisme. De keurig onderhouden paden, de routeborden inclusief tijdsduur, de thema-wandelingen, panoramaterrassen, berghutten met e-bike oplaadpunt.
Op zoek naar meer ongerepte natuur, bezocht ik het hart van de Pyreneeën. Dat kwam aardig in de buurt, maar het moest in Europa nog wilder kunnen. En toen hoorde ik in een groezelig café in het Montenegrijnse Kolašin de naam vallen: de Vervloekte Bergen. De man bleek een berggids te zijn en hield het kort: ‘Ja, dat is precies wat je zoekt.’
Ondertussen arriveer ik bij mijn guesthouse. De gastvrijheid wordt onderstreept met een tafel vol heerlijks van de streek: kazen, gedroogd vlees, gegrilde groente, huisgebakken brood. Zo hard en vijandig als de bergwereld van buiten is, zo warm en zacht is hij van binnen, bij de mensen thuis.
Den Doolaard gebruikte de dramatische setting van Theth als decor voor zijn klassieker De Herberg met het Hoefijzer. De pastorie waar het verhaal over bloedwraak zich afspeelt is verdwenen, maar de kerk staat er nog. Evenals de bloedwraaktoren. Hierin trokken bedreigde families zich terug tot het geschil naar ieders tevredenheid was opgelost. Voor één van de hoogbejaarde boerderijen hangt de in het zwart geklede Catherina de was op: ‘Ik ben hier geboren. Het leven is zwaar, maar mooi.’
Het geïsoleerde dal – tijdens het communistisch regime zelfs verboden voor bezoekers – heeft een schoonheid waar je tegen bestand moet zijn. Het is zo’n plek waar elk geluid onheilspellend echoot, waar je dingen hoort die er niet zijn en waar je in de schemering over je schouder kijkt hoewel je weet dat er niemand loopt.
Vroeger woonden hier 150 families, nu iets meer dan 20. Maar de mensen komen langzaam maar zeker terug nu ze zien dat je hier met de natuur en het toerisme een bestaan kunt opbouwen. Schoonheid genoeg. Loop over een willekeurig pad het dorp uit en de natuur zal je omarmen. Ik volg een bergbeek stroomopwaarts door een landschap van rotsblokken en poeltjes met kristalhelder water. Omhoog, beetje omlaag, verder omhoog.
In de verte hoor ik geruis. Met elke stap komt het dichterbij. Ik daal af langs een gammele houten trap, klim op de andere oever omhoog en… kijk uit op een azuurblauw, bijna volmaakt rond bergmeer dat gevuld wordt door een waterval: de Blue Eye. Iets verderop is een houten zitje gemaakt, dat boven het meertje lijkt te zweven.
Theth. Het is lastig om er te komen en lastig om er weg te gaan. Maar ik wil naar de vallei van Valbona. Te voet te bereiken via de bijna 1.800 meter hoge Valbonapas of over de weg en het water van het Koman-meer. De vier uur durende overtocht met een krakende, stampende oude veerboot is een droomcruise: smaragdgroen water, een kloof die zich opent en sluit, adelaars zwevend door de grijze lucht.
Het regent zachtjes en er staat een snijdende wind. De meeste passagiers zitten in de warme kombuis, maar ik ga naar het bovendek om zo min mogelijk van de reis te missen. Een uur lang is er niets, he-le-maal niets dat wijst op aanwezigheid van mensen. En dan plots is daar een boerderij die zich aan de bergwand lijkt vast te klampen. Er zijn geschiktere plekken te bedenken om je vee te laten grazen.
Vanaf eindpunt Fierzë gaat sinds 2015 een goede asfaltweg naar Valbona. Het heeft het dal bereikbaarder én kwetsbaarder gemaakt. Hoewel het een Nationaal Park is, zijn er plannen voor een grote cabinelift én wordt er al gewerkt aan een waterkrachtcentrale. De bewoners verzetten zich, maar de macht van het kapitaal is groot.
De Amerikaanse Catherine Bohne ging in 2009 elf dagen op vakantie naar Valbona, ontmoette de Albanees Alfred op de ferry en is nooit meer weggegaan. ‘Het is hier zo onvoorstelbaar mooi. Neem de verwilderde kersen-, pruim- en appelboomgaarden, waar de beren graag komen. Of neem het gehucht Çerem op de berg. Zonder stroom, warm water of telefoonbereik kom je daar vanzelf los van het dagelijks bestaan.’
Het zijn elementen die Valbona uniek maken en waarmee je duurzaam toerisme kunt ontwikkelen, passend bij een Nationaal Park. Maar het dal wordt bedreigd omdat de Albanezen uit Tirana een heel ander idee hebben van natuurbeleving. Die willen volgens Bohne het liefst met hun Mercedes naar een liftstation rijden, een cabine omhoog nemen en dan boven luxe eten met uitzicht…
Voorlopig heerst in gehuchten als Dragobia, Çerem en Kokaj nog de volledige rust. En op almen zoals Bruni Brahimit brengen boerenfamilies nog altijd de zomermaanden door. Verstoken van luxe en comfort, levend met beren en wolven, op het ritme van de zon en met een klein sterk paard om kaas naar beneden te brengen en voorraden mee terug naar boven.
Tegen beter weten in, hoop ik dat het zo zal blijven. Hier op de grens van Albanië, Montenegro en Kosovo bestaat de kans om het ongerepter, kleinschaliger en duurzamer te houden dan in de Alpen. Zonder alle fouten die daar op sommige plaatsen zijn gemaakt en unieke landschap voorgoed hebben verprutst. Ik slaap die nacht slecht, wordt geteisterd door beelden van kabelbanen, wellnesshotels, bergrestaurants met zelfbediening.
Aanhoudende zware regenval dwingt me om Valbona vroegtijdig te verlaten. Aan de andere kant van het massief, in Montenegro, zou morgen de zon schijnen. Vanuit Albanië stuur ik naar de grote stad Pejë in Kosovo. Aan de koffie raak ik in gesprek met locals die me vertellen dat er een sluipweggetje bestaat dat de gesloten grensovergang – er is discussie over de juiste locatie – met Montenegro omzeilt. Illegaal inderdaad, maar met een beetje geluk is er geen grenspolitie en het zou me uren omrijden besparen.
Met licht kloppend hart de vallei in. Er is niemand te zien. Met elke kilometer groeit het optimisme. Asfalt verandert in een gravelweg, de gravelweg in een karrenspoor. Precies zoals de locals het me hadden beschreven. Nog maar een klein stukje naar de grens. Au! Dikke pech! Twee politieauto’s. Dat is niet waar ik op zit te wachten in een streek die na de Joegoslavië-oorlog door tal van grensconflicten is verscheurd.
Geen tijd meer om gauw tien euro in mijn paspoort te steken. Dat wil nog wel eens helpen. Stoppen. Raampje open. Reisdocument en rijbewijs inleveren. Daar heb je het al. Eigen schuld, had ik nou maar gewoon omgereden.
Agent 1 wil weten waar ik naartoe ga.
Agent 2 waar ik vandaan kom.
Agent 1 wil weten waarom ik deze route neem.
Agent 2 vraagt of ik bij het politiebureau in Pejë om toestemming heb gevraagd.
Juist als het wat ongemakkelijk dreigt te worden, verschijnt de baas van het clubje. Hij kijkt me vriendelijk aan en lacht: ‘No problem. We are here to help you.’
Hij wil een selfie met mij en de andere agenten maken en wenst me daarna een veilige reis.
Ik wandel in volstrekte eenzaamheid, ben niet één andere wandelaar tegengekomen. Er is enkel het verre geluid van een fluit. Ergens in deze bergwereld speelt een herder een melancholisch lied. Op de mysterieuze tonen stap ik verder. Nog een klein stukje en … Karanfili! Een ondoordringbare wand van pieken en punten. Adem in en bewonderen. Zwijgen en kijken.
Mijn pad volgt de bergkam. Rechts beneden het plateau, links het bergspektakel. Hoe verder, hoe hoger, hoe nóg mooier het wordt. Pas helemaal op de top van de 2.056 meter hoge Talijanca kom ik mensen tegen. Herderin Ardita en haar twee zoons. Zij spreken enkel Albanees – we bevinden ons letterlijk óp de grens van Albanië en Montenegro – en veel verder dan handen en voeten komen we niet. Op mijn telefoon laat ik foto’s van Nederland zien. Groen en plat.
Ze gieren het uit en maken gebaren: ‘Plat, plat, plat!’
Nadat we afscheid hebben genomen zie ik hoe zij met speels gemak de helling af lopen en de berg aan de overkant beklimmen om er hun schapen bij elkaar te drijven. Elke nacht moeten de dieren naar binnen om ze te beschermen tegen de wolven die hier rondzwerven. Ik volg het pad tot aan de afdaling naar Grbaje en draai me nog een laatste keer om. Op een top in de verte staan Ardita en haar zoons.
Ze zwaaien en verdwijnen in de schoot van de Vervloekte Bergen.
Vind je het tof wat we doen? Help ons de inspirerendste reisverhalen ter wereld te blijven delen. Bij WideOyster geloven we in avontuur, in eerlijke verhalen, en in het vangen van de wereld zoals die écht is: rauw, puur en adembenemend mooi.
We reizen naar de uithoeken van de wereld om je te trakteren op betoverende fotografie, diepgravende reisjournalistiek en meeslepende verhalen die informeren én inspireren. Maar voor niets gaat de zon op. Het kost tijd, hartstocht en middelen om WideOyster draaiende te houden – zonder paywalls, zonder clickbait. Gewoon eerlijke, hoogwaardige reiscontent.
Waardeer je wat we doen, steun ons dan met een eenmalige bijdrage.
Klik hieronder om ons te steunen en deel uit te maken van het avontuur.
©WideOyster, 2026. Al onze avonturen zijn auteursrechtelijk beschermd. Ontdek en geniet, maar onthoud: alle rechten voorbehouden.
WideOyster Media BV
Jacobsgasthuissteeg 11
Utrecht
The Netherlands
Net zoals elke reis snacks nodig heeft, heeft onze website cookies nodig om te functioneren. Accepteer onze cookies en laat het avontuur beginnen! Lees ons Privacybeleid.