Wintersport in de Aletsch Arena, Wallis

Sneeuwparadijs zonder auto’s

Een gondelbaan brengt me vanuit het Rhônedal naar de autovrije sprookjeswereld van het Aletschgebied. Geen auto’s en bussen, maar wandelaars en sleetjes in een decor van witte paden, besneeuwde daken, de ultieme stilte en een aangenaam traag tempo. En dan dat uitzicht…

Tekst & Fotografie Hans Avontuur

Magazine › Wallis Zwitserland Winterspecial 2025

De gondel maakt zich los van het dalstation op 836 meter hoogte. Ze zweeft over water, huizen en bomen. Zorgen en dagelijkse beslommeringen lijken op te lossen in de frisse berglucht en een steeds weidser uitzicht over het landschap. Ik ben op weg naar Bettmeralp, een van drie dorpen van het Aletschgebied. Net als de andere twee ligt het op een zonnig plateau zonder auto’s, bussen, brommers, fatbikes, fietsen, trams.

Als ik op bijna 2.000 meter hoogte uit de cabine stap, verdwijnt ook het laatste restje stress uit het lichaam. Adem in, adem uit. Alles om me heen is wit. De wegen, de huizen, de bomen. Hoewel ik een sneeuwscooter als taxi kan nemen – de enige vorm van gemotoriseerd verkeer in de straten van Bettmeralp – ga ik lopen. Dat past beter bij de traagheid die me hierboven direct omarmt.

Het pad voert langs houten chalets hun gevels gebruind door luie zomers, het hout getekend door regen, sneeuw, storm en ijs. Ik geef mijn bagage af bij het hotel en zoek een plek op een zonnig terras voor koffie, uitzicht en de ingewikkeldste keuze van vandaag: skiën, wandelen of sleeën?


Als ik op bijna 2.000 meter hoogte uit de cabine stap, verdwijnt ook het laatste restje stress uit het lichaam
Uitzicht op de Eiger, Mönch en Jungfrau

Laat ik in het skigebied beginnen. De omstandigheden zijn perfect om de pakweg honderd kilometer aan afdalingen te verkennen. Ontspannen cruisen over de brede afdalingen op de flanken van de Riederhorn, Hohfluh, Moosfluh en Bettmerhorn. Van berg naar berg, van dorp naar dorp. De meeste pistes zijn comfortabel blauw en rood. De ski’s op hun kanten en bochten maken, een stukje gasgeven, inhouden, rondkijken en door.

Op de Riederfurka boven het dorp Riederalp sta ik even stil bij Villa Cassel, een enorme villa die je eerder in een park in Londen of Genève zou verwachten. De Engelse bankier Ernest Cassel liet het begin 20e eeuw bouwen omdat hij ontevreden was over het comfort van het nabijgelegen hotel waar hij voor zijn gezondheid had verbleven. Toestemming, vergunning? Meneer Cassel investeerde grote bedragen in de plaatselijke dorpsschooltjes én had een goede relatie met de Engelse koningin Victoria… De villa is later nog een hotel geweest en tegenwoordig is het een natuurcentrum dat vooral ’s zomers actief is.



Aan de overkant van het Rhônedal glanzen voortdurend de toppen van markante bergen zoals de Dom (4.545 m), Dufourspitze (4.634 m) en Täschhorn (4.491 m)



Hoewel de zwarte piste en de skiroutes vanaf de Eggishorn vandaag zijn gesloten vanwege lawinegevaar, neem ik toch de lift naar het hoogste bergstation van het gebied. Goed voor 2.869 meter. Het uitzicht is er fenomenaal. Op de Aletschgletsjer – met een lengte van zo’n twintig kilometer nog altijd de grootste gletsjer van het Europese vasteland - en op de legendarische toppen van de Eiger, Mönch en Jungfrau. Geen haast. Zitten en kijken. Ik neem de tijd.

De drie dorpen in het aaneengesloten skigebied van de Aletsch Arena verschillen flink van elkaar. Zo staan op de Fiescheralp de meeste hotels, is Riederalp vooral ingetogen en Bettmeralp het grootst en levendigst. Moeiteloos ski ik van de een naar de ander. Over pistes en paden boven de boomgrens. Wat een decor! Aan de overkant van het Rhônedal glanzen voortdurend de toppen van markante bergen zoals de Dom (4.545 m), Dufourspitze (4.634 m) en Täschhorn (4.491 m). Voor de niet-kenners is in elk geval de Matterhorn (4.478 m) herkenbaar.

Lunch met 'cholera'

Een ronde door het skigebied voelt ondanks de moderne liften op een prettige manier vintage. Geen lange rijen, geen gedrang, geen haast. Naast tal van chalets staan sneeuwpoppen, soms zelfs een iglo. Vaak gebouwd aan het eind van een skidag, terwijl elders in de Alpen het volume van de après-ski op tien gaat.

Ik schuif aan voor een lunch met cholera, een regionale specialiteit uit het Goms. Toen daar cholera heerste kookte men noodgedwongen met wat er in huis was. En dus is er geen vaststaand recept maar gaat het grofweg om groente in een soort bladerdeeg, vaak gecombineerd met aardappel, spek, uien en kaas. Stevige kost. Precies goed om er nog een middag tegenaan te gaan op de pistes.

Het zijn heerlijke dagen in het Aletschgebied. Na een tijdje voelt het zelfs gewoon dat de hoofdstraat van Bettmeralp wordt gedeeld door wandelaars, sleetjerijders, een sneeuwscooter en skiërs op weg naar hun chalet of een goed glas wijn op het terras. Wat niet went is de zonsondergang. Zodra de hemel roze wordt, zet ik een stoel voor mijn raam. Op de eerste rij voor de caleidoscoop van kleuren die volgt.

Negentiende-eeuws slapen

Een dag later reis ik naar de buren: Blatten-Belalp. Dit skigebied is niet met dat van de Aletsch-Arena verbonden, maar ze delen het uitzicht op de bergen en de gletsjer. Er ligt een netwerk van zestig kilometer piste, waarvan een deel behoorlijk uitdagend. Ik laat dat even voor wat het is, want ik ben hier om te wandelen vanuit een icoon: Hotel Belalp uit 1854. Het staat op een prachtige plek op 2.137 meter hoogte en kijkt uit op de Walliser bergwereld en de Aletschgletser.

Mijn eerste wandeling heeft geen grote hoogteverschillen. Ik bezoek Alpe Bel, een almdorp dat bijna helemaal is ingesneeuwd. Daarna doorkruis ik het plateau naar mijn hotel. Onderweg kom ik de postbode tegen op een sneeuwscooter, jonge ouders met kindjes op de slee en skiërs op weg naar hun chalet of pauzeplek. Het enige geluid is het knisperen van de sneeuw onder mijn schoenen.

Ik eet en slaap op hoogte. Hotel Belalp. Het is een van die hotels die in de 19e eeuw op de meest onmogelijke plekken zijn gebouwd om vooral welgestelde Engelse toeristen de bergen te laten beleven. De beroemdste gast had echter Ierse wortels: alpinist, botanist en natuurkundige John Tyndall bracht er 44 zomers door. Eén kamer is in de belle-époquestijl van toen ingericht. De historische façade van het robuuste pand vormt een mooi geheel met de nieuwe, strakke vleugel van het restaurant dat aan drie kanten een glazen pui heeft voor het beste uitzicht. Uitkijken over de vallei en de bergen is luxe in zijn puurste vorm.

Verdwijnend ijs

Aan het eind van mijn verblijf besluit ik om te voet terug naar het dal te gaan. Vanaf de Aletschbord op ruim 2.100 meter hoogte gaat een winterwandeling omlaag naar Blatten op ruim 1.300 meter. Ik doe mijn sneeuwschoenen onder en snuif de frisse ochtendlucht diep in. Nog een laatste blik op de Aletschgletsjer. In het wit ziet de ijsmassa er zo onaangetast en geruststellend uit. Maar sinds de laatste keer dat ik hier was, meer dan vijftien jaar geleden, is hij flink gesmolten. Het verdwijnen van het ijs brengt nieuwe uitdagingen met zich mee zoals bergwanden die zonder de tegendruk van het ijs in beweging komen.

Door de stilte van het bos loop ik bergaf. Soms over een mooi breed pad, soms door een smal diep spoor. Eenmaal tussen de bomen uit is daar het almdorp Egga, een groep houten huizen die vooral ’s zomers worden bewoond. Ik wandel langs de gevels en bewonder de manier van bouwen. Alles functioneel, bedoeld om het weer en de tijd te weerstaan. Dikke balken, zonder spijkers met elkaar verbonden, kleine ramen en grote ronde stenen onder de schuren om de muizen uit de voorraad weg te houden.

De afdaling heeft ondertussen zijn scherpte verloren. Het gaat nu geleidelijk omlaag. Tot mijn tocht eindigt in Blatten. Op een terras dat uitkijkt op de oude houten huizen vang ik de laatste zonnestralen.

Een wintersprookje zonder auto’s

Zonder verkeer wordt een wintersportdorp een kleine eigen universum. De sneeuw blijft op de wegen liggen, het tempo van de wandelaar bepaalt en hoe lekker is het dat je de kinderen veilig kunt laten buitenspelen. Sneeuwpoppen bouwen, glijbaan maken, sleeën. In Zwitserland vind je de meeste autovrije skidorpen van alle Alpenlanden.

STEUN ONZE VERHALEN

Vind je het tof wat we doen? Help ons de inspirerendste reisverhalen ter wereld te blijven delen. Bij WideOyster geloven we in avontuur, in eerlijke verhalen, en in het vangen van de wereld zoals die écht is: rauw, puur en adembenemend mooi.

We reizen naar de uithoeken van de wereld om je te trakteren op betoverende fotografie, diepgravende reisjournalistiek en meeslepende verhalen die informeren én inspireren. Maar voor niets gaat de zon op. Het kost tijd, hartstocht en middelen om WideOyster draaiende te houden – zonder paywalls, zonder clickbait. Gewoon eerlijke, hoogwaardige reiscontent.

Waardeer je wat we doen, steun ons dan met een eenmalige bijdrage.
Klik hieronder om ons te steunen en deel uit te maken van het avontuur.

OVER DE AUTEUR / FOTOGRAAF

Als freelance reisschrijver, fotograaf (officieel ambassadeur van Fujifilm) en WideOyster's editor-at-large levert Hans Avontuur bijdragen aan National Geographic Traveler, Wintersport Magazine, Moto73 en Méditerranée. Hans heeft een opmerkelijk talent om originele en boeiende invalshoeken voor verhalen te ontdekken en is een ware virtuoos in de kunst van het verhalen vertellen. Hij laat zich inspireren door de verhalen van iconische pioniers als Somerset Maugham, Lord Byron en Rudyard Kipling.

Les Marécottes, Martigny Région, Wallis

Dwars door het paradijs

Gornergrat, Wallis – Eten & Slapen onder de sterren

Een sterrennacht boven de gletsjers van Zermatt

Privé: Exclusief voor abonnees (dat is gratis!) van WideOyster

Maak kans op een winterescape in Wallis, Zwitserland!

Net zoals elke reis snacks nodig heeft, heeft onze website cookies nodig om te functioneren. Accepteer onze cookies en laat het avontuur beginnen! Lees ons Privacybeleid.